soms is er in de zee
een diepblauw van je ogen
onbereikbaar ver
de indigo lucht
wordt in tweeën gespleten
door een bliksemflits
mijn purperen handen
na het koude fietstochtje
langzaam weer van mij
de witte rozen
met een kleur van roest
staan ze in de zomerregens
fietsen langs het spoor
ze wijzen me de weg
rode klaprozen
heel dicht bijeen
twee oranje vlekjes
dan vliegen ze weg
met zekere hand
schikt ze de gele lente
in een blauwe vaas
haar lichtgroen jurkje
plots vol donkere stippen
verrast door de bui
in een spinnenweb
de vleugels nog vol kleuren
een dode libel
in de zwarte beek
leidt de volle maan ons
naar nergens
onbeschreven wit
alle dagen zelf kiezen
voor je eigen kleur
in het eerste licht
krijgen de grijze dingen
weer hun eigen kleur
door zon beschenen
uit kale takken vliegen
gouden vogeltjes
op de herfstbloemen
zitten gekleurde vlinders
een tweede boeket
zwarte schaduwen
in de oude beukendreef
aan het eind de zon
uit witte adem
groeien weer zachte woorden
tussen ons smelt de kou
